image

“We moeten bij een shock nooit met tanks door de straten gaan rijden”

“Je wil bij een shock nooit met tanks door de straten gaan rijden”

In verbinding met wijk, web en wereld. Het klinkt mooi en simpel. En we weten allemaal dat de wereld de afgelopen decennia een stuk kleiner is geworden. Je kan je niet meer afwenden van wat elders gebeurt. ­­Te vaak heeft het direct of indirect effect op je eigen werkomgeving.


Maar hoe geven we de drie-eenheid van wijk, web en wereld precies vorm in de praktijk? En welke hordes hebben we daarin nog te nemen? Vier collega’s laten hierop vanuit hun verschillende functies hun licht schijnen. Stuk voor stuk eigenzinnige politiemensen die door hun blauwe bril kijken naar wat ons overmorgen wacht en hoe we ons daarop kunnen voorbereiden.

We trappen meteen serieus af. Welke internationale of grensoverschrijdende trends zien jullie op Nederland afkomen, waar de politie op voorbereid moet zijn?

Chiu Man (programmadirecteur Migratie): “Tijdens mijn Pearls in Policing reis naar de Colombiaanse stad Medellin in juni dit jaar werd weer bevestigd: migratie staat nog maar aan het begin. Niet alleen oorlogen en schaarste, maar ook rampen en klimaatverandering brengen mensen in beweging. Op dit moment zijn wereldwijd meer dan zestig miljoen mensen op zoek naar een nieuw perspectief. Een voorbeeld is de situatie in Venezuela, die meer dan een miljoen vluchtelingen heeft opgeleverd die de grens naar Colombia zijn overgetrokken. Deze kwetsbare vluchtelingen lopen het risico in de drugshandel en op straat terecht te komen.


In minder extreme vorm heeft ook Nederland hier al mee te maken. Om dit op te vangen moeten we verbindingen aangaan, zowel in wijken als aan de buitengrenzen. Neem wat we doen in Ankara. Daar hebben wij als politie, IND en COA in samenwerking met Turkije de Nederlandse ambassade als een identificatie- en registratievoorportaal ingericht. Om het kwaad buiten te houden en de echte vluchtelingen versneld en veilig door te laten. In Europa zijn we hiermee de eerste.”

"Rampen en klimaatverandering gaan hele volksverhuizingen veroorzaken."

Dominique Roest (coördinator forensische data-analyse): “Ook vanuit Afrika gaan we migratiestromen zien. Ik zag laatst een bevolkingsopbouwgrafiek van een migratieprofessor: de bevolking in het Westen daalt, die in Afrika neemt razendsnel toe. Met de droogte en voedseltekorten daar is migratie niet tegen te houden.”


Peter Holla (hoofd operatie en plaatsvervangend politiechef): “Het kan ook anders lopen. In Toronto, waar ik vorig jaar was met Pearls in Policing, vertelde een futuroloog wat er binnenkort allemaal mogelijk is: bijvoorbeeld met gratis zonne-energie zoet water uit zout water halen. Dan wordt Afrika ineens heel interessant en kunnen migratiestromen vanuit het overbevolkte Europa en China zomaar de andere kant op bewegen.”


Joël Feliz (hoofdagent): “Vanuit mijn buitenlandervaringen voor de Verenigde Naties kan ik beamen dat rampen migratie aanjagen. Veel van die rampen zien we aankomen. We kunnen veel meer doen om landen te helpen zich daarop voor te bereiden. Bijvoorbeeld door onze waterkennis in plaats van achteraf meer vooraf in te zetten, om zo een ramp te verzachten of te voorkomen.”

Zijn er naast migratie nog andere trends en ontwikkelingen die impact hebben op politiewerk?

Peter: “Bij mijn Pearls in Policing reis stond de vraag centraal: hoe kun je als politieorganisatie ‘shock resistant’ zijn? Oftewel: hoe vang je een ramp op? Hier is geen pasklare oplossing voor. Met de groep van internationale politieleiders ontwikkelden we the wheel of shock resistant policing. Met acht knoppen waar je aan kan draaien: van de introductie van nieuw leiderschap, andere wervingsstrategieën en preventiemethoden tot het zoeken van samenwerkingen met partners en investeringen in nieuwe technologieën, vaardigheden en burgerparticipatie. Zodat alles klaar staat als je moet handelen. Want we weten één ding zeker: elk land krijgt een shock voor z’n kiezen. Een natuurramp, terroristische aanslag, grootschalige cyberaanval, noem het maar. En je ziet, daar waar het gebeurt is het land lang van slag. Kijk naar België. Nog steeds lopen er militairen door de straten van Brussel. De schade voor de stad, de politie en de burgers is enorm.”

Maar hoe staat Nederland ervoor: is onze politie voorbereid op shocks?

Dominique: “Een traditionele shock, zoals een overstroming, kunnen we goed aan omdat we dit al eens hebben meegemaakt. Veel moeilijker wordt het bij een onbekende ramp, zoals een digitale shock. Dan zijn al je basisvoorzieningen ook weg.”


Joël: “Je weet sowieso niet hoe een shock er precies uit gaat zien, dus je kan nooit vooraf alle antwoorden klaar hebben liggen. Belangrijker is dat we investeren in de juiste mindset. Dat we ons snel kunnen aanpassen aan die onbekende situatie.”

"Belangrijk is dat we investeren in de juiste mind set. Dat we ons snel kunnen aanpassen aan die onbekende situatie.”

Dominique: “Maar je moet ook bepaalde kennis en vaardigheden in huis hebben. Binnen onze organisatie is nog te weinig digitale kennis aanwezig. Als we tijdens een cyberaanval eerst alles moeten gaan uitleggen, heeft dat grote invloed op onze reactiesnelheid.”


Peter:We hebben ook dingen wél. De politie zit in de haarvaten van de maatschappij. Onze wijkagenten zijn ons mooiste handelsmerk. Heel belangrijk is dat we dat vertrouwen niet weggooien bij een shock, zoals in Brussel is gebeurd, door met tanks en mitrailleurs door de straten te gaan rijden. Dan is je imago zo weg.”


Chiu:Dat vertrouwen is inderdaad essentieel. Kijk naar New York. Zij hadden een zerotolerancebeleid, maar dat werkte uiteindelijk averechts. Toen hebben ze een nieuw verhaal ontwikkeld, met een merkstrategie die ze consequent doorvoeren en uitdragen. Intern en extern. Er kwamen Neighbourhood Coordination Officers, functies met aanzien binnen de politie. Met één taak: vertrouwen winnen. In Medellin hebben ze iets soortgelijks gedaan. Belangrijkste reden voor die steden: als de klap komt, moeten we kunnen leunen op de samenleving. Voor Nederland geldt hetzelfde. Als we verharden, verliezen we ons belangrijkste wapen: vertrouwen. Daarom is wijk, web en wereld zo belangrijk; versterkende verbindingen vervangen vervagende grenzen.”

Vertrouwen en aanpassingsvermogen zijn dus essentieel bij rampen. Zit dat vertrouwen op dit moment helemaal goed bij de burger?

Joël: “Burgers willen geholpen worden en hebben weinig te schaften met onze systemen of interne afspraken. Nu worden mensen te vaak van het kastje naar de muur gestuurd. Terwijl wij er zijn om hun vragen te beantwoorden. Kunnen we dat niet zelf, dan moeten we de verantwoordelijkheid voelen om net zolang te zoeken tot we iemand gevonden hebben die het antwoord wel heeft.”


Dominique: Het gaat over netwerken. Weten wie wat kan binnen en buiten de organisatie.”


Joël: “Precies. We moeten inzichtelijk krijgen wat we allemaal in huis hebben. En meer effectgericht en minder resultaatgericht handelen. Laatst had iemand het hekje van zijn buurman vernield. Dat is een strafbaar feit en ik had kunnen kiezen voor een proces-verbaal en een hele procedure kunnen starten. Maar die buurman wilde maar één ding: dat z’n hekje gemaakt werd. Ik heb al het papierwerk achterwege gelaten en ben gaan bemiddelen. Iedereen tevreden.”

"Binnen onze organisatie is nog
te weinig digitale kennis aanwezig"

Met aanpassingsvermogen kunnen we dus vertrouwen wekken. Wendbaarheid is sowieso een belangrijk thema binnen de politie. Wordt flexibel denken inderdaad actief gestimuleerd?

Dominique: “Binnen de politie wordt juist veel in systemen en malletjes gedacht. Zo is de organisatie ingericht. Als je atypisch bent, heb je het lastig. Dan pas je niet binnen de bestaande kaders. Terwijl dit wel is wat de samenleving van ons vraagt. Die is ook niet met nette kaders ingericht.”


Chiu: “We hebben veel talent in huis, maar door het systeemdenken maken we er te weinig gebruik van. Laten we meer kijken naar het individu, naar zijn of haar wensen, mogelijkheden en talenten. En daar ruimte voor maken, in plaats van de structuren als leidraad te nemen.”


Joël: “Ik heb een supertechnische collega die zó een drone maakt, maar minder goed is in het afnemen van een proces-verbaal. Op het laatste wordt hij nu beoordeeld. Vervolgens wordt hij ergens weggestopt achter een plant. Dat is verspilling van talent.”

Wat moet er gebeuren om de talenten van politiemensen meer te benutten?

Peter: “Het gaat zeker niet overal vlekkeloos, tegelijkertijd zie ik ook veel leidinggevenden met oog voor talent.”


Joël: “Maar mensen die niet direct naar voren stappen als hun leidinggevende een uitvraag doet, blijven vaak onderbelicht. Ook die mensen moeten we uitnodigen om mee te doen. Dat begint bij simpele dingen. Sommige politiemensen hebben al zeven jaar geen POP-gesprek meer gehad. Het is doodzonde dat we hen niet bevragen op wat ze willen en kunnen. Teamchefs die het moeilijk vinden om dit soort gesprekken te voeren, moeten hulp krijgen van HR of een andere sparringpartner. Met als bijkomend voordeel: als we beter weten wat we in huis hebben, kunnen we ook beter werven.”


Chiu: “Het zou mooi zijn als er een soort bypassconstructie komt, waarbij politiemensen zich kunnen melden als ze het gevoel hebben dat hun talenten niet benut worden. Tegelijkertijd moet je niet stoppen bij de eerste de beste nee. Zoek mensen die je kunnen steunen, benut je netwerk. Durf tot het gaatje te gaan. Dan is een hoop mogelijk.”


Dominique: “We willen een zwerm creëren. Als er genoeg mensen op cruciale plekken een nieuw idee omarmen, ontstaat er een olievlek. Een beweging van onderaf.”

"Onze politie zit in de haarvaten van de maatschappij. Onze wijkagenten zijn ons mooiste handelsmerk."

Genoeg ideeën hoe het anders kan. Hoe zorg je dat de veranderingen die jullie voorstaan er ook gaan komen?

Chiu: “Een mooi voorbeeld van hoe we het anders hebben gedaan: Dominique had een idee, daar heeft ze een pitch van gemaakt en die hebben we gepresenteerd aan een bewust gekozen groep mensen. Mensen uit verschillende disciplines binnen de politie, waarvan wij dachten dat ze er ook voor zouden gaan staan. Die hebben we in één ruimte gezet. Dominique is gaan pitchen. Iedereen zei: als dit mogelijk wordt, willen we dit steunen. Toen was mijn vraag: willen jullie sponsor zijn? Ja, was het antwoord. Mooi, dat betekent ook dat je gaat leveren aan het experiment. Dat gebeurde daarna niet altijd. Want het paste niet in de systemen, etc. Dan greep ik terug naar die meeting om te zorgen dat ze over de brug kwamen. Ik ben met al die mensen gaan praten om hun weerstand weg te nemen. Als hitteschild voor het team, om te voorkomen dat zij die discussies moesten voeren. Inmiddels staan we hoog op de agenda van de ICT-organisatie en hebben we de benodigde steun. Dus je moet elke keer blijven doorgaan, beschermen en motiveren.

Dominique: “Sterker, ICT ziet dat dit is wat de operatie nodig heeft en ondersteunt nu dit experiment, ook al past deze manier van werken niet in de oude systeemwereld. Maar ICT zorgt er óók voor dat de verandering gebeurt in de operatie, niet ergens op afstand. Als collega’s hebben meegewerkt aan een verandering of nieuw product, zie je dat ze die ook omarmen. MEOS (de app Mobiel Effectief Op Straat) is hier een mooi voorbeeld van.”

Peter: “Er is een mooie metafoor. Als je een grasveld hebt met een speeltoestel in het midden en je laat kinderen los, blijven ze rond het toestel spelen. Zet je een hek om het grasveld, gebruiken ze het hele terrein. Dan durven ze ineens de hele ruimte te benutten. We moeten van een hiërarchische naar een netwerkorganisatie, waarbij we verantwoordelijkheden lager in de organisatie beleggen en teams binnen ruime kaders zelf laten bedenken wat nodig is.”

Joël: “Eens met alles wat jullie zeggen, maar volgens mij is er eerst iets anders nodig. We zijn verandermoe. De pijn van de vorige veranderingen moeten we eerst de ruimte geven. We kunnen pas door als we de vraag hebben gesteld: wat heeft de reorganisatie met jou gedaan?”

Chiu: “Helemaal eens. Eigenlijk is er een soort Commissie van Verzoening nodig.”

Er zijn heel wat kritische noten gekraakt. Tegelijkertijd spreekt iedereen ook vanuit een groot blauw hart. Waarom is het zo mooi om voor de politie te werken?

Peter: “Het is een fantastisch bedrijf. Je kan iedereen in Nederland ontmoeten en met allerlei vraagstukken bezig zijn. En het is één grote snoepwinkel. Nergens anders kun je zoveel lekkers kiezen: verschillende disciplines, verschillende teams en allerlei specialismen - van agent, rechercheur tot helikopterpiloot, motorrijder of op een paard. Noem het en het kan.”

Joël: “Ik heb het van huis uit meegekregen. Mijn vader en grootvader waren ook politiemensen, in de Dominicaanse Republiek. Het is de enige organisatie waar je direct invloed hebt op de veiligheid van de samenleving en kunt bijdragen aan het waarborgen van de grondrechten van mensen. Als niet-Westerse Nederlander weet ik wat het is om zonder reden als verdachte aangemerkt te worden. Het is mijn missie om de politie van iedereen te maken.”

Dominique: “Ik kan slecht tegen onrecht. Voor mij was de zaak van Robert M., de Amsterdamse zedenzaak die in 2010 aan het licht kwam, belangrijk. De impact die zoiets heeft op mensen. Het gaat over levens van mensen waarin wij op bepaalde momenten van (levens)belang kunnen zijn. Wij kunnen het verschil maken.”

Chiu: “Als je wilt, zijn de ontplooiingskansen enorm. En boeven vangen is een spannend vak. Je maakt zoveel mee dat je als normaal persoon nooit meemaakt, je komt achter deuren die voor anderen nooit opengaan. Onze rol is uniek: door betrouwbare samenwerkingen aan te gaan op het niveau van web, wijk en wereld kunnen we kwaad begrenzen en kwetsbaren beschermen."

deel via